Fysieke antroplogie, koloniale etnografie en het museum van Tervuren

Een geschiedenis van de Belgische antropologie (1882-1925)

Korte Inhoud

Het voorliggende onderzoek zal twee grote doelstellingen nastreven. Ten eerste wil het doctoraat via een uitgebreid historisch bronnenonderzoek voor het eerst een overzicht bieden van de geschiedenis van de antropologie en de etnografie in België in de periode 1882-1925. Het museum van Tervuren zal hierbij een centrale rol spelen. Het onderzoek zal een indringend beeld schetsen van de opkomst en de neergang van verschillende antropologische referentiekaders, zoals de fysieke antropologie, het evolutionisme en het diffusionisme. De tekst wil op de tweede plaats vernieuwende resultaten leveren binnen het kader van de historische antropologie en de diachrone benadering van de theorieën rond sociale herinnering. De vroege geschiedenis van de Belgische antropologie, etnografie en koloniale museologie zal worden gekaderd binnen het specifiek cultuurhistorisch kader van de 'heroïsche' moderniteit.

In het eerste hoofdstuk van deze historisch antropologische studie zal worden ingegaan inleiding op de specifieke kenmerken van de sociale herinnering tijdens de vorige eeuwwisseling. De leefwereld in de bestudeerde periode werd gekenmerkt door een groot geloof in het eigen gelijk en een simultaan gevoel van verlies omwille van de steeds versnellende modernisering. De analyse van de antropologie zal nadien functioneren als een venster waardoor een indringende blik kan worden geworpen op die samenleving. In het tweede hoofdstuk zal een historisch overzicht worden gegeven van de geschiedenis van de antropologie vóór 1882 en de oprichting van de SAB. De Belgische antropologie bevond zich immers op een kruispunt van verschillende nationale tradities.

In het derde hoofdstuk komt de korte bloeiperiode van de SAB aan bod (1882-1886). Dit genootschap richtte zich vooral op de 'fysieke antropologie'. Er zal worden nagegaan hoe ideologie en wetenschap met elkaar vervlecht raakten en zorgden voor een constructie van de eigen identiteit. Pas na de verovering van Congo werd de fysieke antropologie naar de kolonie overgeplaatst. De kolonisatie betekende ook de start van de etnografie waarbinnen de studie van de materiële cultuur als één van de belangrijkste onderzoeksdomeinen werd gezien. Op de wereldtentoonstellingen van Antwerpen 1885 werd Congo voorgesteld aan het grote publiek. Nadien volgt een vierde hoofdstuk over de wisselende en gemiste kansen van de fysieke antropologie en de etnografie (1886-1902). Na een lange doodstrijd van de fysieke antropologie kende de koloniale etnografie haar definitieve doorbraak.

Het vijfde hoofdstuk schetst het beeld van het wetenschappelijk onderzoek in het eerste permanente museum in de periode 1898-1909. Het zesde hoofdstuk start in 1910 met de inrichting van het nieuwe museum voor de wereldtentoonstelling Brussel-Tervuren. Door de oprichting van het museum kende de etnografie een ongeziene bloei. De periode na 1898 betekende de start van de systematische aanleg van collecties van etnografica, de classificatie en de wetenschappelijke studie van de stukken en een weloverwogen representatie. Bij het verwerven van de materiële cultuur ging de interesse vooral uit naar de prekoloniale, 'traditionele' samenleving die snel aan het verdwijnen was onder invloed van het kolonialisme. Inleiding Men creëerde op die manier een prekoloniaal en 'primitief' beeld van de kolonie dat echter wel als het 'authentieke' Afrika werd voorgesteld. De fase van het verzamelen was vaak een pijnlijke geschiedenis van hebzucht, diefstal, racisme en uitbuiting. Bij de representatie van Congo in Tervuren werden sporen van geweld echter niet getoond en vervangen door een technische discussie over evolutionisme en diffusionisme. Enkel de positieve verwezenlijkingen van de 'mission civilisatrice' werden in de schijnwerpers geplaatst. Het geordend beeld van de kolonie werkte wel constructief voor de koloniale identiteit. Het museum van Tervuren, als een altaar voor het premoderne, toonde een prehistorisch verleden in het heden. Om een antwoord te vinden op vraag naar de oorsprong van de menselijke culturele fenomenen volstond het om zich in de ruimte te verplaatsen. Het Afrikaanse heden werd op een creatieve manier gebruikt om een verleden te reconstrueren voor Europa dat terug een geschiedenis nodig had. Het museum van Tervuren bood op die manier een antwoord op het gevoel van verlies dat ontstond in een tijd van snelle veranderingen. De onoverzichtelijke Afrikaanse wildernis werd in het museum terug onder controle gebracht en bezorgde Europa een zicht op haar verloren geschiedenis.